Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zwinkern
01
knipogen, een knipoog geven
Mit einem Auge schnell zukneifen, oft als Zeichen von Humor oder Freundlichkeit
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zwinkere
3e persoon enkelvoud
zwinkert
onvoltooid deelwoord
zwinkernd
onvoltooid verleden tijd
zwinkerte
voltooid deelwoord
gezwinkert
Voorbeelden
Der Junge zwinkerte und lächelte frech.
De jongen knipoogde en glimlachte brutaal.



























