der zweig
zweig
t͡svaɪ̯k
tsvaik
zwerg

Definitie en betekenis van "zweig"in het Duits

01

twijg, takje

Ein kleinerer Ast eines Baumes 
der Zweig definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Zweig(e)s
meervoudsvorm
Zweige
Voorbeelden
Der Vogel baut sein Nest aus Zweigen. 

De vogel bouwt zijn nest van takken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store