Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zustellen
01
bezorgen, afleveren
Briefe oder Pakete an den Empfänger bringen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
zu
basiswerkwoord
stellen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stelle zu
3e persoon enkelvoud
stellt zu
onvoltooid deelwoord
zustellend
onvoltooid verleden tijd
stellte zu
voltooid deelwoord
zugestellt
Voorbeelden
Die Post wird das Paket morgen zustellen.
De post zal het pakket morgen bezorgen.



























