Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zuhören
01
aandachtig luisteren, luisteren naar
Aufmerksam hören, was jemand sagt
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
zu
basiswerkwoord
hören
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
höre zu
3e persoon enkelvoud
hört zu
onvoltooid deelwoord
zuhörend
onvoltooid verleden tijd
hörte zu
voltooid deelwoord
zugehört
Voorbeelden
Die Kinder hörten der Geschichte aufmerksam zu.
De kinderen luisterden aandachtig naar het verhaal.



























