das zuhause
zuhause
tsu:haʊ̯sə
tsoohawsē

Definitie en betekenis van "zuhause"in het Duits

01

huis, thuis

Ort, an dem jemand wohnt und sich wohlfühlt 
das Zuhause definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Zuhause
Voorbeelden
Nach der Arbeit freue ich mich auf mein Zuhause. 

Na het werk kijk ik uit naar mijn terugkeer naar huis.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store