Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zugleich
01
tegelijkertijd, gelijktijdig
Zur gleichen Zeit
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Sie kann lachen und weinen zugleich.
Ze kan tegelijkertijd lachen en huilen.
Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
tegelijkertijd, gelijktijdig