Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Zug
01
trein, konvooi
Ein langes Fahrzeug auf Schienen für Passagiere oder Fracht
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Zug(e)s
meervoudsvorm
Züge
Voorbeelden
Im Zug gibt es kostenloses WLAN.
In de trein is er gratis Wi-Fi.
02
adem, ademhaling
Das Einatmen oder Ausatmen von Luft
Voorbeelden
Er raucht einen Zug an seiner Zigarette.
Hij neemt een trek van zijn sigaret.



























