Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zitieren
01
citeren
Eine Aussage oder Textstelle wörtlich wiedergeben und die Quelle angeben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zitiere
3e persoon enkelvoud
zitiert
onvoltooid deelwoord
zitierend
onvoltooid verleden tijd
zitierte
voltooid deelwoord
zitiert
Voorbeelden
Der Journalist zitierte wörtlich aus der Pressekonferenz.
De journalist citeerde woordelijk uit de persconferentie.



























