würzen
würzen
vʏʁtsn
vurtsn
würgen

Definitie en betekenis van "würzen"in het Duits

würzen
01

kruiden

Speisen mit Gewürzen geschmackvoll machen 
würzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
würze
3e persoon enkelvoud
würzt
onvoltooid deelwoord
würzend
onvoltooid verleden tijd
würzte
voltooid deelwoord
gewürzt
Voorbeelden
Ich würze das Fleisch mit Salz und Pfeffer. 

Ik kruid het vlees met zout en peper.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store