Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
windsurfen
01
windsurfen, windsurfen beoefenen
mit einem Surfbrett und Segel über das Wasser fahren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
windsurfe
3e persoon enkelvoud
windsurft
onvoltooid deelwoord
windsurfend
onvoltooid verleden tijd
windsurfte
voltooid deelwoord
windgesurft
Voorbeelden
Er windsurfte den ganzen Nachmittag.
Hij heeft de hele middag windsurfen gedaan.



























