Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
wetten
[past form: wettete]
01
wedden, gokken
Einen Einsatz machen, weil man glaubt, dass etwas passieren wird
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
wette
3e persoon enkelvoud
wettet
onvoltooid deelwoord
wettend
onvoltooid verleden tijd
wettete
voltooid deelwoord
gewettet
Voorbeelden
Sie haben um zehn Euro gewettet.
Ze hebben tien euro gewed.



























