Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
wenn
01
als, wanneer
Leitet eine Bedingung oder Voraussetzung ein
Voorbeelden
Wenn du Hunger hast, iss einen Apfel.
Als je honger hebt, eet dan een appel.
02
telkens als
Beschreibt wiederkehrende Zeitpunkte
Voorbeelden
Immer wenn ich Musik höre, entspanne ich mich.
Wanneer ik naar muziek luister, ontspan ik.



























