Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
wandern
01
wandelen, lange voettochten in de natuur maken
Längere Fußwanderungen in der Natur unternehmen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
wandere
3e persoon enkelvoud
wandert
onvoltooid deelwoord
wandernd
onvoltooid verleden tijd
wanderte
voltooid deelwoord
gewandert
Voorbeelden
Wandern ist gut für die Gesundheit.
Wandelen is goed voor de gezondheid.



























