Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Wagen
[gender: masculine]
01
auto, wagen
Ein Fahrzeug mit Rädern
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Wagens
meervoudsvorm
Wagen
Voorbeelden
Mein Wagen hat eine Panne.
Mijn voertuig heeft een panne.
02
wagon, koets
Der Teil eines Zuges für Passagiere oder Fracht
Voorbeelden
Im letzten Wagen gibt es noch Plätze.
In de laatste wagon zijn er nog plaatsen.
wagen
01
durven, wagen
Etwas Risikoreiches tun oder versuchen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
wage
3e persoon enkelvoud
wagt
onvoltooid deelwoord
wagend
onvoltooid verleden tijd
wagte
voltooid deelwoord
gewagt
Voorbeelden
Wie kannst du es wagen?
Hoe durf je het te wagen ?



























