Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vorstellen
01
voorstellen
Jemanden oder etwas bekannt machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
vor
basiswerkwoord
stellen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stelle vor
3e persoon enkelvoud
stellt vor
onvoltooid deelwoord
vorstellend
onvoltooid verleden tijd
stellte vor
voltooid deelwoord
vorgestellt
Voorbeelden
Ich möchte dir meinen Freund vorstellen.
Ik wil je mijn vriend voorstellen.
02
zich voorstellen, zich inbeelden
Sich etwas in Gedanken ausmalen oder gedanklich erschaffen
Voorbeelden
Ich kann mir ein Leben ohne Musik nicht vorstellen.
Ik kan me geen leven zonder muziek voorstellen.
03
voorstellen, presenteren
Etwas vorführen oder jemandem etwas zur Kenntnis bringen
Voorbeelden
Er stellt sein neues Projekt vor.
Hij stelt zijn nieuwe project voor.
04
naar voren schuiven, vooruit bewegen
Etwas nach vorne bringen oder an eine vordere Position bewegen
Voorbeelden
Kannst du den Stuhl etwas vorstellen?
Kun je de stoel een beetje verplaatsen naar voren?
Lexicale Boom
vorstellen
vor
stellen



























