Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vorher
01
eerder, daarvoor
Bezieht sich auf ein Ereignis vor einem anderen
Voorbeelden
Ich war einkaufen, vorher habe ich geduscht.
Ik was aan het winkelen, daarvoor had ik gedoucht.
02
eerder, voorheen
Zu einem früheren Zeitpunkt
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Ich war vorher noch nie hier.
Ik was hier voorheen nog nooit geweest.



























