Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vorhaben
01
van plan zijn, plannen
Etwas planen oder beabsichtigen zu tun
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
vor
basiswerkwoord
haben
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
habe vor
3e persoon enkelvoud
hat vor
onvoltooid deelwoord
vorhabend
onvoltooid verleden tijd
hatte vor
voltooid deelwoord
vorgehabt
Voorbeelden
Er hat nichts Besonderes vor.
Hij heeft niets bijzonders gepland.
Das Vorhaben
[gender: neuter]
01
project, plan
Ein geplanter Vorgang oder eine Absicht
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Vorhabens
meervoudsvorm
Vorhaben
Voorbeelden
Leider wurde das Vorhaben verschoben.
Helaas werd het project uitgesteld.



























