Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
voraus
01
vooruit, voorop
An vorderster Stelle
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Der Läufer ist 100 Meter voraus.
De loper is 100 meter vooruit.
02
vooraf, van tevoren
Bevor etwas geschieht
Voorbeelden
Vielen Dank voraus!
Alvast bedankt!



























