Zoeken
voraus
01
vooruit, voorop
An vorderster Stelle
Voorbeelden
Geh du voraus, ich folge nach.
Ga jij vooruit, ik volg.
02
vooraf, van tevoren
Bevor etwas geschieht
Voorbeelden
Wir haben die Materialien voraus geplant.
We hebben de materialen vooraf gepland.


























