Zoeken
vor
01
voor
An einer Stelle weiter vorne als etwas anderes
Voorbeelden
Der Hund sitzt vor dem Sofa.
De hond zit voor de bank.
02
voor
Früher als ein bestimmter Zeitpunkt
Voorbeelden
Sie ist vor zwei Tagen gefahren.
Ze is twee dagen geleden vertrokken.
03
vanwege, door
Zeigt den Grund für eine Reaktion oder ein Gefühl
Voorbeelden
Das Kind weint vor Schmerzen.
Het kind huilt vanwege de pijn.


























