Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vor
01
voor
An einer Stelle weiter vorne als etwas anderes
grammaticale informatie
Voorbeelden
Das Auto steht vor dem Haus.
De auto staat voor het huis.
02
voor
Früher als ein bestimmter Zeitpunkt
Voorbeelden
Ich bin vor einer Stunde angekommen.
Ik ben een uur geleden aangekomen.
03
vanwege, door
Zeigt den Grund für eine Reaktion oder ein Gefühl
Voorbeelden
Er zittert vor Angst.
Hij trilt van angst.



























