Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verpassen
01
missen, te laat komen
Nicht rechtzeitig kommen, um etwas zu bekommen oder zu erleben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
passen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verpasse
3e persoon enkelvoud
verpasst
onvoltooid deelwoord
verpassend
onvoltooid verleden tijd
verpasste
voltooid deelwoord
verpasst
Voorbeelden
Er hat den Bus verpasst.



























