verpassen
Pronunciation
/fɛɐ̯ˈpasn̩/

Definitie en betekenis van "verpassen"in het Duits

verpassen
01

missen, te laat komen

Nicht rechtzeitig kommen, um etwas zu bekommen oder zu erleben
verpassen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
passen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verpasse
3e persoon enkelvoud
verpasst
onvoltooid deelwoord
verpassend
onvoltooid verleden tijd
verpasste
voltooid deelwoord
verpasst
Voorbeelden
Er hat den Bus verpasst.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store