vernetzen
vernetzen
fɛɐ̯nɛʦn
fenetsn
versetzenverneigenvernehmenverletzen

Definitie en betekenis van "vernetzen"in het Duits

vernetzen
01

Personen, Geräte oder Systeme miteinander verbinden , -

grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
netzen
hulpwerkwoord
haben
onvoltooid verleden tijd
vernetzte
voltooid deelwoord
vernetzt
Voorbeelden
Die Computer im Büro sind miteinander vernetzt. 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store