Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
vermeiden
01
vermijden, voorkomen
Etwas bewusst nicht tun oder umgehen, um negative Folgen zu verhindern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
meiden
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
vermeide
3e persoon enkelvoud
vermeidet
onvoltooid deelwoord
vermeidend
onvoltooid verleden tijd
vermied
voltooid deelwoord
vermieden
Voorbeelden
Wir müssen Fehler in der Arbeit vermeiden.
We moeten fouten op het werk vermijden.



























