Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verlÀngern
01
verlengen, langer maken
Etwas lĂ€nger machen oder gröĂer in der LĂ€nge
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
lÀngern
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verlÀngere
3e persoon enkelvoud
verlÀngert
onvoltooid deelwoord
verlÀngernd
onvoltooid verleden tijd
verlÀngerte
voltooid deelwoord
verlÀngert
Voorbeelden
Der Film wurde um zehn Minuten verlÀngert.
De film werd tien minuten verlengd.
02
verlengen, vernieuwen
Eine Frist oder GĂŒltigkeit lĂ€nger machen
Voorbeelden
Kannst du die Frist verlÀngern?
Kun je de termijn verlengen ?



























