Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
verlÀngern
01
verlengen, langer maken
Etwas lĂ€nger machen oder gröĂer in der LĂ€ngeÂ
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ver
basiswerkwoord
lÀngern
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
verlÀngere
3e persoon enkelvoud
verlÀngert
onvoltooid deelwoord
verlÀngernd
onvoltooid verleden tijd
verlÀngerte
voltooid deelwoord
verlÀngert
Voorbeelden
Wir mĂŒssen den Vertrag verlĂ€ngern.Â
We moeten het contract verlengen.
02
verlengen, vernieuwen
Eine Frist oder GĂŒltigkeit lĂ€nger machenÂ
Voorbeelden
Ich möchte meinen Pass verlĂ€ngern.Â
Ik wil mijn paspoort verlengen.



























