vereinfachen
vereinfachen
fɛɐ̯ʔaɪ̯nfaxn
feainfakhn

Definitie en betekenis van "vereinfachen"in het Duits

vereinfachen
01

vereenvoudigen

Etwas weniger komplex oder kompliziert machen, um es verständlicher oder leichter handhabbar zu gestalten 
vereinfachen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
vereinfache
3e persoon enkelvoud
vereinfacht
onvoltooid deelwoord
vereinfachend
onvoltooid verleden tijd
vereinfachte
voltooid deelwoord
vereinfacht
Voorbeelden
Die App vereinfacht die Steuererklärung. 

De app vereenvoudigt de belastingaangifte.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store