Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
variieren
01
variëren, verschillen
In bestimmten Merkmalen voneinander abweichen oder etwas gezielt abwandeln
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
variiere
3e persoon enkelvoud
variiert
onvoltooid deelwoord
variierend
onvoltooid verleden tijd
variierte
voltooid deelwoord
variiert
Voorbeelden
Die Temperatur kann zwischen 20 und 30 Grad variieren.
De temperatuur kan variëren tussen 20 en 30 graden.



























