Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
telefonieren
01
telefoneren, bellen
Mit jemandem über das Telefon sprechen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
telefoniere
3e persoon enkelvoud
telefoniert
onvoltooid deelwoord
telefonierend
onvoltooid verleden tijd
telefonierte
voltooid deelwoord
telefoniert
Voorbeelden
Kann ich kurz telefonieren?
Mag ik even snel bellen?



























