Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Stück
01
stuk, deel
Ein Teil von etwas Ganzem
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Stück(e)s
meervoudsvorm
Stücke
Voorbeelden
Ich nehme ein Stück Kuchen.
Ik neem een stuk taart.
02
stuk, exemplaar
Einzelnes Exemplar einer Menge
Voorbeelden
Ich kaufe drei Stück.
Ik koop drie stukken.
03
een beetje, een stukje
Eine kleine Menge von etwas
Voorbeelden
Ich bin ein Stück weitergegangen.
Ik ben een stukje verder gelopen.
04
stuk, werk
Musikwerk oder Theaterwerk
Voorbeelden
Das Stück war sehr emotional.
Het stuk was erg emotioneel.



























