Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Stück
[gender: neuter]
01
stuk, deel
Ein Teil von etwas Ganzem
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Stück(e)s
meervoudsvorm
Stücke
Voorbeelden
Ein Stück Papier liegt auf dem Boden.
Een stuk papier ligt op de vloer.
02
stuk, exemplaar
Einzelnes Exemplar einer Menge
Voorbeelden
Ich habe fünf Stück gegessen.
Ik heb vijf stukken gegeten.
03
een beetje, een stukje
Eine kleine Menge von etwas
Voorbeelden
Er rückte ein Stück zur Seite.
Hij verplaatste een stuk naar de zijkant.
04
stuk, werk
Musikwerk oder Theaterwerk
Voorbeelden
Ich höre gern klassische Stücke.
Ik luister graag naar klassieke stukken.



























