Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Skifahren
[gender: neuter]
01
skiën, alpineskiën
Ein Wintersport, bei dem man auf Skiern einen Hang hinunterfährt
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Skifahrens
Voorbeelden
Sie haben Skifahren in Österreich gelernt.
Zij hebben skiën geleerd in Oostenrijk.



























