Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
simulieren
[past form: simulierte]
01
simuleren, reproduceren
Ein reales System oder Prozess durch ein Modell nachbilden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
simuliere
3e persoon enkelvoud
simuliert
onvoltooid deelwoord
simulierend
onvoltooid verleden tijd
simulierte
voltooid deelwoord
simuliert
Voorbeelden
Supercomputer simulieren Klimaveränderungen der nächsten 100 Jahre.
Supercomputers simuleren klimaatveranderingen van de komende 100 jaar.



























