Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
senden
01
uitzenden
Informationen oder Signale über Medien verbreiten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
sende
3e persoon enkelvoud
sendet
onvoltooid deelwoord
sendend
onvoltooid verleden tijd
sendete
voltooid deelwoord
gesendet
Voorbeelden
Wann senden sie die neue Folge?
Wanneer sturen ze de nieuwe aflevering?
02
verzenden, sturen
Etwas an einen Empfänger schicken
Voorbeelden
Der Computer sendet die Daten an den Drucker.
De computer stuurt de gegevens naar de printer.



























