schwimmen
schwimmen
ʃvɪmɐn
shvimn
schwärmenschlemmenschrammen

Definitie en betekenis van "schwimmen"in het Duits

schwimmen
01

zwemmen, baden

Sich im Wasser fortbewegen 
schwimmen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
schwimme
3e persoon enkelvoud
schwimmt
onvoltooid deelwoord
schwimmend
onvoltooid verleden tijd
schwamm
voltooid deelwoord
geschwommen
Voorbeelden
Ich schwimme jeden Morgen. 

Ik zwem elke ochtend.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store