das schloss
schloss
ʃlɔs
shlaws
schluss

Definitie en betekenis van "schloss"in het Duits

01

slot, hangslot

Ein Gerät, das man abschließt, um etwas zu sichern 
das Schloss definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Schlosses
meervoudsvorm
Schlösser
Voorbeelden
Das Schloss ist kaputt. 

Het slot is kapot.

02

kasteel, paleis

Ein großes, altes und schönes Haus von Königen oder Fürsten 
das Schloss definition and meaning
Voorbeelden
Wir besuchen ein Schloss. 

We bezoeken een kasteel.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store