schlafen gehen
Pronunciation
/ʃlˈɑːfən ɡˈeːən/

Definitie en betekenis van "schlafen gehen"in het Duits

schlafen gehen
[past form: ging schlafen]
01

gaan slapen, naar bed gaan

Sich ins Bett begeben, um sich auszuruhen
schlafen gehen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
schlafen
basiswerkwoord
gehen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
gehe schlafen
3e persoon enkelvoud
geht schlafen
onvoltooid deelwoord
schlafen gehend
onvoltooid verleden tijd
ging schlafen
voltooid deelwoord
schlafengegangen
Voorbeelden
Er ist gestern sehr spät schlafen gegangen.
Hij is gisteren erg laat gaan slapen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store