Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Schalter
01
schakelaar, omzetter
Ein Gerät, mit dem man elektrische Geräte ein- oder ausschalten kann
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Schalters
meervoudsvorm
Schalter
Voorbeelden
Der Schalter ist neben der Tür.
De schakelaar is naast de deur.
02
balie, loket
Ein Tisch oder eine Theke, an der man bedient wird oder Informationen bekommt
Voorbeelden
Am Schalter kann man Fahrkarten kaufen.
Aan het loket, kun je kaartjes kopen.



























