sanieren
sa
sa
sa
nie
ˈni:
ni
ren
rən
rēn

Definitie en betekenis van "sanieren"in het Duits

sanieren
01

renoveren, opknappen

Ein Gebäude oder eine Infrastruktur reparieren und modernisieren 
sanieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
saniere
3e persoon enkelvoud
saniert
onvoltooid deelwoord
sanierend
onvoltooid verleden tijd
sanierte
voltooid deelwoord
saniert
Voorbeelden
Die Stadt will das alte Krankenhaus sanieren. 

De stad wil het oude ziekenhuis renoveren.

02

herstructureren, saneren

Ein Unternehmen oder Haushalt finanziell stabilisieren 
sanieren definition and meaning
Voorbeelden
Die Firma wurde durch Investitionen saniert. 

Het bedrijf werd gesaneerd door investeringen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store