die saison
saison
zɛzɔng
zezawng
balkonbonbonsalon

Definitie en betekenis van "saison"in het Duits

01

ein bestimmter Zeitraum im Jahr, in dem etwas besonders häufig stattfindet oder angeboten wird , -

grammaticale informatie
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
Saisons
genitiefvorm
Saison
Voorbeelden
Die Saison beginnt im Mai und endet im September. 

LanGeek

Download onze mobiele app

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store