rufen
Pronunciation
/ʀuːfən/

Definitie en betekenis van "rufen"in het Duits

01

roepen, schreeuwen

Laut sprechen, um jemandes Aufmerksamkeit zu bekommen
rufen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
rufe
3e persoon enkelvoud
ruft
onvoltooid deelwoord
rufend
onvoltooid verleden tijd
rief
voltooid deelwoord
gerufen
Voorbeelden
Der Lehrer ruft die Namen der Schüler.
De leraar roept de namen van de leerlingen.
02

bellen

Jemanden per Telefon oder anderer Kommunikationsmethode kontaktieren
rufen definition and meaning
Voorbeelden
Mein Chef ruft mich oft am Wochenende an.
Mijn baas belt me vaak in het weekend.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store