Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
planen
01
plannen, organiseren
Etwas im Voraus überlegen, organisieren oder entwerfen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
plane
3e persoon enkelvoud
plant
onvoltooid deelwoord
planend
onvoltooid verleden tijd
plante
voltooid deelwoord
geplant
Voorbeelden
Die Architekten planen ein neues Gebäude.
De architecten plannen een nieuw gebouw.



























