planen
Pronunciation
/ˈplaːnən/

Definitie en betekenis van "planen"in het Duits

planen
01

plannen, organiseren

Etwas im Voraus überlegen, organisieren oder entwerfen
planen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
plane
3e persoon enkelvoud
plant
onvoltooid deelwoord
planend
onvoltooid verleden tijd
plante
voltooid deelwoord
geplant
Voorbeelden
Die Architekten planen ein neues Gebäude.
De architecten plannen een nieuw gebouw.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store