pflegen
Pronunciation
/ˈpfleːɡən/

Definitie en betekenis van "pflegen"in het Duits

pflegen
[past form: pflegte]
01

verzorgen, verplegen

Sich regelmäßig um jemanden oder etwas kümmern
pflegen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
pflege
3e persoon enkelvoud
pflegt
onvoltooid deelwoord
pflegend
onvoltooid verleden tijd
pflegte
voltooid deelwoord
gepflegt
Voorbeelden
Er pflegt seine Blumen jeden Tag.
Hij verzorgt zijn bloemen elke dag.
02

gewoon zijn om, de gewoonte hebben om

Etwas regelmäßig oder typischerweise tun
pflegen definition and meaning
Voorbeelden
Wir pflegen sonntags zusammen zu essen.
We plegen op zondag samen te eten.
03

onderhouden, koesteren

Etwas bewusst und mit Freude betreiben oder erhalten
pflegen definition and meaning
Voorbeelden
Ich pflege meine Hobbys mit Leidenschaft.
Ik verzorg mijn hobby's met passie.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store