Zoeken
pflegen
[past form: pflegte]
01
verzorgen, verplegen
Sich regelmäßig um jemanden oder etwas kümmern
Voorbeelden
Er pflegt seine Blumen jeden Tag.
Hij verzorgt zijn bloemen elke dag.
02
gewoon zijn om, de gewoonte hebben om
Etwas regelmäßig oder typischerweise tun
Voorbeelden
Wir pflegen sonntags zusammen zu essen.
We plegen op zondag samen te eten.
03
onderhouden, koesteren
Etwas bewusst und mit Freude betreiben oder erhalten
Voorbeelden
Ich pflege meine Hobbys mit Leidenschaft.
Ik verzorg mijn hobby's met passie.


























