passieren
pa
pa
pa
ssie
ˈsi:
si
ren
rən
rēn

Definitie en betekenis van "passieren"in het Duits

passieren
01

gebeuren, plaatsvinden

Etwas geschieht oder findet statt 
passieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
either
1e persoon enkelvoud
passiere
3e persoon enkelvoud
passiert
onvoltooid deelwoord
passierend
onvoltooid verleden tijd
passierte
voltooid deelwoord
passiert
Voorbeelden
Was ist gestern Abend passiert? 

Wat is er gisteravond gebeurd ?

02

voorbijgaan, doorkruisen

An einem Ort vorbeigehen oder durch etwas hindurchkommen 
passieren definition and meaning
Voorbeelden
Wir sind gestern an deinem Haus vorbeigepasst. 

Gisteren zijn we langs je huis gelopen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store