passieren
Pronunciation
/paˈsiːʁen/

Definitie en betekenis van "passieren"in het Duits

passieren
[past form: passierte]
01

gebeuren, plaatsvinden

Etwas geschieht oder findet statt
passieren definition and meaning
example
Voorbeelden
Man weiß nicht, was genau passiert ist.
Niemand weet precies wat er gebeurd is.
02

voorbijgaan, doorkruisen

An einem Ort vorbeigehen oder durch etwas hindurchkommen
passieren definition and meaning
example
Voorbeelden
Passierst du oft diesen Weg?
Ga je vaak langs deze weg ?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store