Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Paar
01
koppel, paar
Zwei zusammengehörende Personen oder Dinge
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Paar(e)s
meervoudsvorm
Paare
Voorbeelden
Auf der Feier waren fast nur Paare.
Op het feest waren er bijna alleen maar stellen.
paar
01
Eine unbestimmte kleine Anzahl von Personen oder Dinge
Voorbeelden
Ich komme gleich. Es dauert nur ein paar Minuten.



























