Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
organisieren
01
organiseren, plannen
Planen und vorbereiten, damit etwas reibungslos funktioniert
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
organisiere
3e persoon enkelvoud
organisiert
onvoltooid deelwoord
organisierend
onvoltooid verleden tijd
organisierte
voltooid deelwoord
organisiert
Voorbeelden
Sie hat die Reise perfekt organisiert.
Ze heeft de reis perfect georganiseerd.



























