organisieren
or
ɔʁ
awr
ga
ga
ga
ni
ni
ni
sie
ˈsi:
si
ren
ʁən
rēn

Definitie en betekenis van "organisieren"in het Duits

organisieren
01

organiseren, plannen

Planen und vorbereiten, damit etwas reibungslos funktioniert 
organisieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
organisiere
3e persoon enkelvoud
organisiert
onvoltooid deelwoord
organisierend
onvoltooid verleden tijd
organisierte
voltooid deelwoord
organisiert
Voorbeelden
Wir müssen die Hochzeit organisieren. 

We moeten de bruiloft organiseren.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store