Zoeken
nutzen
[past form: nutzt]
01
gebruiken, benutten
Etwas gezielt verwenden, um einen Zweck zu erfüllen
Voorbeelden
Er nutzt jede Gelegenheit, um Deutsch zu üben.
Hij gebruikt elke gelegenheid om Duits te oefenen.
02
dienen
Einen positiven Effekt haben oder nützlich sein
Voorbeelden
Diese Medizin nutzt gegen Kopfschmerzen.
Dit medicijn is nuttig tegen hoofdpijn.
Der Nutzen
[gender: masculine]
01
voordeel, nut
Der positive Effekt oder Vorteil, den etwas bietet
Voorbeelden
Der Nutzen dieser Methode ist wissenschaftlich bewiesen.
Het nut van deze methode is wetenschappelijk bewezen.


























