Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Notruf
01
noodoproep, hulpoproep
Ein Anruf, der in einem Notfall Hilfe fordert
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Notruf(e)s
meervoudsvorm
Notrufe
Voorbeelden
Sie hat den Notruf wegen eines Unfalls angerufen.
Ze heeft het noodnummer gebeld vanwege een ongeluk.
Lexicale Boom
notruf
not
ruf



























