Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
nicken
[past form: nickte]
01
knikken, met het hoofd knikken
Den Kopf kurz nach unten und oben bewegen, um Zustimmung, Gruß oder Verständnis zu zeigen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
nicke
3e persoon enkelvoud
nickt
onvoltooid deelwoord
nickend
onvoltooid verleden tijd
nickte
voltooid deelwoord
genickt
Voorbeelden
Er nickte mir freundlich zu, als wir uns trafen.
Hij knikte me vriendelijk toe toen we elkaar ontmoetten.



























