Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Netz
01
net, netwerk
Ein aus Seilen oder Fäden gefertigtes Fanggerät
Voorbeelden
Die Kinder spielen mit einem Fußballnetz.
De kinderen spelen met een voetbalnet.
02
netwerk, net
Ein System, das Geräte oder Menschen verbindet
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Netzes
meervoudsvorm
Netze
Voorbeelden
Das soziale Netz hilft vielen Menschen.
Het sociale netwerk helpt veel mensen.



























