Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Nagel
01
nagel, nagel
Harter, flacher Teil an den Enden von Fingern oder Zehen
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Nagels
meervoudsvorm
Nägel
Voorbeelden
Ich habe mir den Nagel geschnitten.
Ik heb mijn nagel geknipt.
02
spijker, punaises
Kleiner, spitzer Metallstift zum Befestigen von Dingen in Holz oder an Wänden
Voorbeelden
Ich brauche einen Hammer und einen Nagel.
Ik heb een hamer en een spijker nodig.



























